Omgaan met grenzen

Beleidsambtenaar

Wie is de beleidsambtenaar?

De rol van de beleidsambtenaar is het voorbereiden van beleid van de gemeente, provincie of rijk. Nadat het beleid is vastgesteld door een bestuurlijke beslissing, moet het worden uitge­voerd. De beleidsambtenaar houdt zich bezig met de ideeënstrijd: hij ondersteunt de politieke be­stuur­ders door maatschappelijke problemen te benoemen, wenselijke toekomsten te schetsen, en beleidsvoorstellen te ontwikkelen. Hij streeft naar inhoudelijk goede plannen, met slimme oplossingen voor gestelde problemen. De beleidsambtenaar moet de lange termijn in beleid waarborgen, daar waar politici soms de neiging hebben tot kortetermijnmaatregelen.

“Voor ons is (het doel van participatie): de kwaliteit van de besluitvorming en de voortgang van de uitvoering bevor­de­ren." Beleidsambtenaar, Case KRW

Grenzen door spanningen

Een belangrijk spanningveld waarin de beleidsambtenaar zich in participatieprocessen in bevindt is het spanningveld tussen bestuur en publiek. De positionering van de beleidsambtenaar ten opzichte van bestuur en publiek heeft consequenties voor de grenzen waar hij tegenaan loopt in participatieve processen. Afstand tot het publiek kan inhouden dat het publiek zich minder betrokken voelt waardoor minder draagvlak ontstaat. Afstand tot het bestuur kan betekenen dat de bestuurder het gevoel heeft dat hij de regie op het proces kwijt is en de politiekambtelijke verhouding verstoren.

Een volgend spanningsveld is dat tussen inhoud en proces. De beleidsambtenaar moet vaak zowel inhoudelijk als procesmatig sterk zijn en een balans vinden tussen inhoudelijke regie en open sturing. Als de deelnemers van de participatie de probleemanalyse van de beleidsambtenaar niet herkennen is het lastig een open dialoog aan te gaan. Het is aan de beleidsambtenaar om niet zomaar aan te nemen wat de problemen zijn van de belanghebbenden maar door te vragen naar de werkelijke problemen. Een te rigide probleemdefinitie kan leiden tot weerstand en wantrouwen ten opzichte van een participatieproces. Bovendien blijkt het van belang de probleemanalyse en de oplossingverkenning te scheiden. De probleemanalyse is lastig te maken als er weinig gedeelde kennis is of als het technisch ingewikkeld is. Joint fact finding blijkt dan een belangrijke rol te vervullen in het oplossen van deze grens.